Al 8,5 jaar werkt Fia, nu 76, bij de Voedselbank. “Ik zocht iets waar ik voldoening uit kon halen”, vertelt ze. “Ik heb eerst nog even bij een bejaardenhuis koffie geschonken, maar dat was het niet echt. Toen heb ik de Voedselbank gebeld. De vrouw aan de telefoon zei ‘kom maar eens kijken’, dus ik ging kijken en ik ben nooit meer weggegaan. Ik vind het lekker om met mijn handen te werken, ik ben geen kantoormens. Het is hard werken, maar hartstikke leuk!”

Wat het werk bij de Voedselbank zo leuk maakt voor Fia, is het contact met mensen en de warme sfeer, die zowel de vrijwilligers als de klanten ervaren. “Er hangt een ontspannen sfeer. We maken geintjes samen en als er iets leuks is, vieren we het. Maar er is ook ruimte voor serieuze gesprekken. Ik heb hartstikke leuke collega’s, het is één grote familie. Mensen die voor het eerst bij de Voedselbank komen zien dat ook en voelen zich daardoor snel op hun gemak.” Dat is erg belangrijk, want Fia ziet en hoort ook hoe groot de drempel voor nieuwe klanten vaak is om voor het eerst bij de Voedselbank te komen.

“In januari, net na de kerst, kwam er een vrouw binnen. Ze zag er keurig uit. Ik zag dat ze nieuw was. Ze vertelde dat ze gescheiden was en het niet redde, maar steeds bij familie had aangeklopt voor hulp. Ze durfde het niet aan om naar de Voedselbank te gaan, vond het vernederend. Maar nu wilde ze niet weer aankloppen bij familie, dus was ze gekomen. Toen ze de volgende keer weer kwam, vertelde ze dat ze haar pakket thuis had uitgestald. ‘Wat een rijkdom!’, zei ze. Dat is zo mooi, als nieuwe klanten zo tevreden zijn. Ze zijn vaak verbaasd, over hoeveel ze krijgen en hoe fijn ze behandeld worden. De Voedselbank is een mooi systeem, volgens Fia. “Het is erg dat het nodig is, maar goed dat het er is. We doen het met liefde.”

Fia houdt zich in het bijzonder bezig met extra spullen die uitgedeeld kunnen worden, bijvoorbeeld door donaties. “Ik hamer altijd op luiers als er bijvoorbeeld een actie is. Want die hebben we normaal niet, omdat er geen datum op staat, terwijl luiers heel duur en heel belangrijk zijn.” De extra spullen die Fia met zorg verdeelt, worden door mensen ook wel ‘het winkeltje’ of ‘de Toko van Fia’ genoemd. Als iemand jarig is, krijgt degene een taart bij de Voedselbank. Als Fia een taart ziet, vraagt ze of degene jarig is en geeft ze iets extra’s. “Ik heb nu bijvoorbeeld van een kennis wat flesjes gekregen van Rituals. Dat kan ik mooi meegeven. Dat kopen ze zelf nooit! En we hebben een keer een zak vol make-up gekregen. Je had de vrouwen moeten zien glunderen toen ze daar iets uit mochten kiezen!”

Het werk ligt Fia nauw aan het hart. “Het is mijn passie, mijn lust en mijn leven. Ik verzuim niet gauw en moet er niet aan denken om te stoppen.” Ze is altijd blij als het vrijdag is. En ook als het voorbij is trouwens: het is lang staan van half één tot half vijf. Er komen zo’n 400 mensen voorbij. “En het is een koude hal, maar dat merk je eigenlijk helemaal niet omdat je zo hard werkt. Ik vind het heerlijk om daarna ’s avonds thuis te zitten op de bank, lekker warm en moe maar voldaan.”

Normaal gesproken gaat ze op vrijdagavond dan ook niet meer de deur uit, maar deze vrijdag is een uitzondering: Fia is genomineerd voor de Witte Blom Passieprijs. “Ik blijf wel wakker hoor”, grapt ze. Hoewel ze haar nominatie voor de prijs in eerste instantie niet zo nodig vond, is ze wel blij met de waardering die eruit blijkt. “Ik zie wel hoe het gaat vrijdag, ik ga gewoon genieten. Misschien krijg ik wel een bos bloemen, ik ben gek op bloemen”.

Geschreven door Tessa Bregman
Foto: Auke Pluim