DEVENTER – We lopen station Deventer uit. De zon schijnt, het bruist in de stad. Aan de Singel zitten Nederlandse en internationale studenten te kletsen in het gras. Een groepje ICT’ers en Ingenieurs koopt een broodje bij de lunchroom verderop en betaalt automatisch door langs een sensor te lopen. 

De groente op hun broodje gezond komt uit de hydro farming-kas van lokale ingenieursbureau’s die op de oude vestingswateren drijft. Hier groeien groenten en kruiden op plateaus met voedingsrijk water, midden in de stad. Sensoren met software van Topicus monitoren de ontwikkeling en sturen de voeding aan. En studenten van de nieuwe master opleiding ‘internet of things en software engineering’ monitoren alles, Wanneer we richting Saxion lopen zien we een buizenstelsel in de buitengracht bij de Handelskade. Ingenieurs en studenten experimenteren met het onttrekken van energie uit de algen in het water. 

Open etalage
Deze wandeling is nu nog pure fantasie, maar een vergelijkbaar scenario kan over een aantal jaren zo maar werkelijkheid zijn. Als het aan Harro Wieringa ligt in ieder geval. De landschapsarchitect van Deventer Economisch Perspectief ontwikkelt namelijk samen met de gemeente, bedrijven en onderwijsinstellingen de Stadscampus Deventer. Een project dat jong talent aan Deventer moet binden en de stad economisch moet versterken. 

“We willen van de Stadscampus (het gebied tussen het station, de Pikeursbaan en de Snipperlingsdijk) een open etalage maken, waar we laten zien welke kwaliteiten we in Deventer hebben’’, vertelt de projectleider. “Een soort ‘living lab’ waar bedrijven en studenten samenkomen en innovatieve oplossingen ontwikkelen en uitproberen. En tegelijkertijd een levendige plek creëren die de verblijfkwaliteit van de stad verbetert voor alle inwoners.’’ 

Stadscampus Deventer
Er liggen in Deventer kansen genoeg, ziet Wieringa. “We hebben hier grote onderwijsinstellingen en prachtige bedrijven, wereldspelers met veel kennis en goede baankansen. We zoeken samen meer dan 2000 IT’ers en honderden talenten kunnen direct aan de slag. Toch zien we dat veel jongeren naar de Randstad trekken en de meeste studenten hier niet eens gaan wonen. Vraag je aan 100 studenten welke bedrijven hier zitten, dan weet misschien één student een antwoord.’’ 

Daarom moet er iets gebeuren. En niet in afzonderlijke directiekamers, maar samen. “Samen kunnen we krachten bundelen en elkaar helpen met oplossingen. Met partners op de Stadscampus, maar ook met partners langs de kennisas richting de A1 zoals bijvoorbeeld de Gasfabriek of bedrijven op Bergweide. Zo kunnen we Deventer een unieke, vernieuwende plek maken die een belangrijke rol speelt in Oost-Nederland.’’ 

Maakstad
Maar welke rol moet dat zijn? Als het aan de organisatie ligt een rol die ons prima past: die van maakstad. “Apeldoorn heeft grote organisaties als het Kadaster en de Belastingdienst, Zwolle de politieke en economisch know how, Enschede de start-ups en de Universiteit. Deventer is een plek waar we de handen uit de mouwen steken, van pilots scale-ups maken en nationaal en internationaal verder brengen. Een stad met lef en ondernemingsdrang. Dat past bij de historie en de cultuur van de stad.’’ 

Maar waar Deventer zich vroeger onderscheidde in industrie en arbeid, wil de Stadscampus zich richten op digitalisering. Wieringa: “Dus ik hoop dat Deventer over een aantal jaren niet alleen bekendstaat om de koek, maar ook om digitalisering en jong talent.’’ 

Concrete stappen
Hoewel de Stadscampus vooral nog een idee voor de toekomst is, worden de eerste concrete stappen al gezet. Topicus geeft de Leeuwenbrug een facelift, Witteveen+Bos renoveert en verduurzaamt haar kantoor en de Schouwburg werkt aan een nieuwe programmering. 

“Bovendien start Saxion dit jaar met de master New Technology, in samenwerking met de IT-bedrijven in Deventer. Die master gaat vanaf 2022 volledig draaien’’, vertelt Wieringa. “Ook komen er aan de Handelskade meer dan 300 nieuwbouwwoningen, wat de huisvesting voor studenten en medewerkers makkelijker maakt.’’ 

Van de stad
De droom is duidelijk: waar Amsterdam de Zuidas heeft en Eindhoven Strijp-S, moet de Stadscampus straks het kloppend hart van de Deventer economie worden. “Maar het is niet alleen business en geld. Het moet van alle Deventenaren worden’’, zegt Wieringa. “Daarom besteden we veel aandacht aan leefbaarheid. Denk bijvoorbeeld aan het bouwen van betaalbare woningen, meer groen in de stad of het aanleggen van sportfaciliteiten. Zo willen we de hele stad laten profiteren.’’

(Door Luuk Talens)