Lid zijn van een Oranjevereniging is een serieuze zaak. Zeker geen bijzaak. Een roeping meer. Je bent het voor het leven. Jouw vereniging in dienst van het Huis van Oranje. Dat geeft het leven zin. Met als het erkende hoogtepunt: Koningsdag. Het grote Hollandse verbindfeest. Oranje boven. Folklore van het zuiverste water, maar toch. Dit jaar sloeg ook hier het virus toe en ging het feest niet door.

Er schijnen voorzitters van Oranjeverenigingen te zijn die nog steeds in een soort afkicktherapie zitten. Die moesten afgelopen week bijkans in een gesloten inrichting worden opgenomen. Toen de mededeling van het Paleis kwam dat Prinsjesdag dit jaar niet op de gebruikelijke wijze gevierd gaat worden. Geen rijtoer, geen balkonscène, gewoon wegblijven uit Den Haag. Die Oranje klap hadden ze niet aan zien komen. Het ongeveer keurigste publiek van Nederland dat zich al maanden aan alle regels van Zijne Majesteits Kabinet houdt, wordt belet om haar aanhankelijkheid aan Vorst & Vaderland te uiten. Of is hier toch een Oranje complottheorie van toepassing? Willen Willem en Max eindelijk van dit gedoe af.

Of zoals de tekst in de King’s Speech van 4 mei luidde: ‘niet normaal maken wat niet normaal is’. Dus op stal houden die Gouden Koets met zijn koloniale afbeeldingen. De glazen ingooien van de reservekoets. En de troonrede voortaan gewoon door de schrijvers zelf laten voorlezen. Want we weten allemaal dat WA op zijn best is als hij geen uitgeschreven tekst voor zijn neus krijgt. Waarvan je bij het uitspreken hoort dat hij er zich niet koosjer bij voelt. Net als Max moet je Willem gewoon elke dag informeel het land insturen. Lekker weg in eigen Koninkrijk. Met koffie en oranje tompouce even bijbeppen met de onderdanen. Dat bindt. Heb je elke dag wel ergens een Prinsjesdag. Eén lange rijtoer met de AA-86.