Wanneer de mens precies is begonnen zich een beetje uit te sloven, door sommigen ook wel sporten genoemd, is niet helemaal duidelijk. Grieken en Romeinen hielden al van het gooien van een speer of werpen van een discus. In eigen land moeten we terug naar het begin van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. En met een beetje geschiedvervalsing zou je kunnen zeggen dat we zijn begonnen met schaatsen. In de Gouden Eeuw zien we dat op de bekende werken van de Kampense schilder Hendrick Avercamp. Zijn ‘Winterlandschap met ijsvermaak’ (1608) toont ons rijke lieden die schaatsen op bevroren vaarten.

En ze hebben zelfs een soort golfstok in de hand. IJshockey? Natuurlijk niet, het was een leuk speeltje waar nog geen clubgedachte achter zat. Dat komt pas veel later. En was in het begin vooral heel elitair. Sporten kon je je veroorloven als je vrije tijd had. Dat gold heel lang alleen voor de rijke aristocratie en eerste industriëlen. Relatief maar kort geleden. Een echte arbeidersclub als Go Ahead ontstond pas aan het begin van de vorige eeuw. Nu weten we niet beter en is sporten een serieus onderdeel geworden van ons leven. Actief en passief. Alleen begint de beleving van dit alles de laatste tijd wat te knagen. Alsof we in een soort bevroren status verkeren gelijk de kleine ijstijd in de tijd van Hendrick Avercamp.

Actief moeten we ons nu aan veel regels houden. Passief lijkt de lol eraf nu we niet meer massaal met elkaar supporter mogen zijn. De sportieve agenda wordt doorgeschoven naar 2021 of later. Maar gelukkig is daar in het land van Asterix & Obelix toch nog een sport die dapper volhoudt. Het wordt één rijdende testcase. Kijken hoe lang we het volhouden en of we Parijs halen. Ook andere sportorganisaties zullen met grote belangstelling kijken naar deze Tour de Virus.