Ze staan er toch weer. Hoewel onderzoek uitwijst dat ze geen enkele invloed hebben op wie dan ook. Nog nooit zag je er iemand bij staan met een notitieblokje. Zo van: nu weet ik het. Maar voor de broodnodige sfeer in deze tijd helpt het wel een beetje: verkiezingsborden. Ze hebben zichzelf overleefd. Ze zijn er tegenwoordig ook in keurig voorgeprinte vorm. Met alle partijen netjes op volgorde. Maar de houten exemplaren waarop nog echt geplakt moet worden zijn natuurlijk het leukst. Vooral als er over elkaar heen geplakt wordt.

Of als de niet benutte ruimte kansen biedt voor originele graffiti. Het zijn in de buitenruimte in deze weken de enige tastbare sporen van de naderende verkiezingen. De campagnes zijn verder digitaal. Op een enkele virusontkenner na. Thierry de Slingeraar deed zelfs Deventer aan. De Brink was groot genoeg om het beperkt aantal nieuwsgierigen te huisvesten. Verder zal het vrij stil blijven op een enkel verkiezingskraampje na. Geen lijsttrekkers die in een druk winkelgebied kleine kinderen over hun bol aaien en hen beloven dat ze gratis opvang krijgen. Geen extra afval in de vorm van aangenomen flyers die een paar meter verder weer op straat liggen. Links en rechts.

Ook het partijaffiche opgehangen achter het raam van het voorhuis is er een van de uitstervende soort. Het is bijkans ook een heldendaad. Want de anonieme linkmichels op sociale media zijn er natuurlijk ook op straat. Die hebben live ook zomaar een steen gevonden om mee te gooien. Het verkiezingsgevoel is anders ditmaal. De oorzaak bekend. Achter de geraniums worden de eerste poststemmen uitgebracht. Nog tig lijsttrekkersdebatten te gaan en dan slepen we ons met een nu meer dan symbolisch mondkapje naar het stembureau. Maar laten we niet treuren. We blijven een democratie. En het mooiste stemadvies staat al jaren op de spoorbrug in Deventer gekalkt: altijd blijven lachen.