Er is bijna geen stad in Nederland die beter weet hoe de markt werkt dan Deventer. Al in de vroege Middeleeuwen waren hier de grote jaarmarkten. Twee weken achter elkaar, vijf keer paar jaar op het hoogtepunt. Marktwerking is Deventer met de paplepel ingegoten. We zijn wat eeuwen verder en de moderne liberale marktwerking begint wat te knellen. Natuurlijk, we vinden het allemaal prettig van alles te kunnen kopen en vooral bestellen. En iedereen moet het aan kunnen bieden.

Het Grote Virus heeft aangetoond hoe afhankelijk we er van zijn. Ook het virusvertier is veel minder. Het caféterras is symbool geworden voor de ontnomen vrijheid. De horecaondernemers hebben zo langzamerhand de laatste laag van hun houten tafeltjes geschuurd. Zij zijn er al klaar mee en vooral klaar voor. En als het weer mag en het losbarst, zullen we opnieuw constateren dat het aanbod groot genoeg is. Afgelopen week bleek dat de marktwerking toch niet zomaar stopt. Zeker niet die met een grote M. Waar we landelijk proberen via het Nationaal Preventieakkoord de mens wat minder te laten roken, drinken en vet eten, gaat de markt gewoon door. Soms botst dat en laat de mondige burger van zich horen. Altijd voor bestuurders op het verkeerde moment.

Want ze zien het wel zitten om dat wereldconcern dat de M hoog in het vaandel heeft op de Deventer jaarmarkt te laten verschijnen. Prominent aan de oude poorten van de Hanzestad. Maar die verwordt ook tot een Schransenstad. En nu kan dat natuurlijk van de M van Michelin tot de M van… Toch willen we ook niet dat de regenten ons gaan voorschrijven wat we wel en niet mogen consumeren. Een dilemma dus. Maar af en toe ouderwets protesteren mag best. Hopelijk vindt de Walstraatfamilie nog een paar valstrikken. Anders vieren we eind december de eerste McDickens.