Fietsend tussen de buien door denk ik aan die paar plotselinge warme dagen van laatst. Stel je voor. Je ben nog jong, zeg 16 jaar en je hebt net een zware toetsweek gehad. De eerste mooie warme dagen zijn in aantocht en waar ga je dan heen als je in Deventer woont? Al een jaar ben je min of meer opgesloten in je kamertje. Je ziet genoeg vrienden, maar het zijn steeds dezelfde. De avondklok maakt de strijd over hoe laat je thuis moet komen met je ouders overbodig.

Er is een innerlijke behoefte om te ontdekken, anderen te ontmoeten, verrast te worden, op rare feestjes te belanden en gek te doen. Ik heb ooit gehoord dat alles wat je op je 16e leeftijd meemaakt een diepere, ingrijpendere indruk achterlaat dan alles daarvoor of daarna. Ga dit zelf maar na. Gebeurtenissen en momenten in je leven die je nooit meer vergeet.

Daar zit je dan op je kamertje. Wifiverbinding met de hele wereld en nog maak je geen reet mee. Tot het opeens heel warm is buiten, je wilt eropuit, jezelf laten zien, je vrij voelen en chillen met je vrienden. En daar gaan ze, niet alleen de jongeren. Half Deventer flaneert langs de IJssel. Ik ook uit nieuwsgierigheid. Op de Welle is het een drukte van belang. Drankjes in overvloed, harde muziek, luchtige kleding en vooral veel uitgelatenheid en onbevangenheid.

Even niks aan je hoofd. Maar pubers zijn er niet op de Welle. Die zitten en liggen verderop achter de spoorbrug. Weg van alles. Zo heeft iedereen zijn favoriete stek aan de rivier in deze natuurlijke selectieprocedure. En de zon? De zon schijnt zich prima te vermaken vandaag.