Al weken vroeg ik mij af welk vogeltje bij ons achter in de tuin zo luid aan het piepen is dat het mij irriteert. Er zijn uiteraard ergere dingen gaande in de wereld, maar als je gehoor beschadigd is door te vaak bij liveconcerten in Paradiso zonder oordopjes voor megaboxen te verdwijnen in een muur van geluid, kan je op latere leeftijd een vorm van tinnitus verwachten. Oftewel een suizende en zoemende piep in je oor. Dit in combinatie met een lichte vorm van HSP kan ervoor zorgen dat een vogeltje ter grootte van een lucifersdoosje met haar gepiep in jouw irritatiezone gaat zitten.

Het was dus een koolmees. Zo’n geel vogeltje met een zwarte stropdas. Maar waarom piepte hij zo paniekerig hard? Ik dacht eerst dat het kwam door een inmenging van trekvogeltjes uit Afrika, maar toen las ik in de krant dat mezen door het koude voorjaar bijna geen rupsen te eten hadden. Gevolg was een grote sterfte onder de net geboren meesjes. Wat zielig. Gelukkig zijn er nog genoeg overgebleven toen het weer plotsklaps omsloeg van regenjas naar korte mouw. Wonderbaarlijk genoeg stopte de koolmees bij de eerste felle zonnestralen met het luide irritante gepiep. Ze hadden weer veel te zorgen en te jagen. Mijn gepiep stopte daarmee ook en mijn jacht naar voedsel bracht me bij de supermarkt om de hoek.

Om solidair te zijn met de koolmees dacht ik aan insecten voor het avondeten. De EU heeft onlangs de grootschalige productie van meelwormen goedgekeurd voor consumptie. Even in de wok en je eiwittenlevel is weer compleet aangevuld voor een week. Maar toch. Meelwormen eten. Dat wordt voor mij een hoop gepiep, doorbijten en even slikken. Kan ze altijd nog aan de mezen voeren.

www.stetsproducties.nl