Na het welzijn van de mensen zijn in de Europese Unie nu ook de dieren aan de beurt. Een Europese richtlijn bereikte ook de Nederlandse dierenwet. Vorige week glipte die er tussen de politieke- en voetbalimpasse zo maar tussendoor in de Senaat. Dieren blij, maar de baasjes allemaal op hun achterste poten. Want hoewel het vooral ging om het leefklimaat van al die miljoenen productiedieren in ons land, zagen konijnen-, honden- en vogelbezitters dat toch even wat anders.

Die moesten er plots voor zorgen dat hun huisdieren een prettige leefomgeving zouden krijgen. Maar dat was niet de bedoeling. De baasjes moesten er plezier van hebben. De dieren mochten nog blij zijn dat ze mee mochten eten. Nu zijn de baasjes over het algemeen niet de baas over hun huisdier. Daarom zitten die in hokken, kooien en aan een stevige leidraad. En heel af en toe luisteren ze ook. Na honderd keer ‘zit!’ en even zovele hondenbrokjes. Nu denken de meeste mensen dat het met de nieuwe wetgeving wel los zal lopen. En dat is nu net de bedoeling van de grootste supporter van de wet: de Partij voor de Dieren. Uniek in Europa en nooit last van informatiestress. Ook de PvdD zei natuurlijk dat het vooral om de pluimveebedrijven ging, maar vindt toch ook dat hokken en kooien niet meer van deze tijd zijn. Onnatuurlijk in elk geval.

De Kinderombudsvrouw heeft al gewaarschuwd voor veel kinderleed als alle Flappies straks de wijde wereld in mogen. Om nog maar te zwijgen over de niet aangelijnde Deense dog die het wel eens met een Ierse setter wil proberen. Voor hoe het er in de nieuwe werkelijkheid uit zou kunnen gaan zien, moeten we natuurlijk naar de Republiek Amsterdam. Daar wordt de Europese dierenrichtlijn al decennia uitgetest. Tot ergernis van velen. Uitgerekend met het dier dat zijn naam geen eer meer aan doet en de Mokumse vrijheid heeft gekozen: de gifgroene halsbandparkiet.