Vroeger had ik een aardige bejaarde buurman die elke dag voor in zijn tuintje zat en met iedereen die daar wel of geen zin in had een praatje ging maken. In de zomer stak hij een vrolijke parasol in de lucht en begon alle kranten door te spitten die hij maar te pakken kon krijgen. Ik vermoed dat hij hieruit inspiratie haalde voor zijn small talk. Tevens een goede remedie tegen eenzaamheid.

‘Goedemorgen buurman, lekker weertje hè, alles goed?’ ‘Ja hoor,’ zei de buurman, bijna alles, maar ik merk dat mijn gehoor steeds meer achteruitgaat.’ Waarop ik antwoordde: ‘Dat heeft ook veel voordelen in deze drukke straat waar het motorseizoen weer volop is begonnen, wat een herrie hè?’

De kunst van kleine conversaties is nog niet zo makkelijk. Vaak zijn er twee soorten antwoorden mogelijk. Het ene antwoord geeft een eigen draai aan het gesprek en het andere antwoord gaat verder in op wat de ander zegt. De meeste mensen maken gebruik van de eerste mogelijkheid. Alles wat een ander zegt wordt gebruikt om een eigen ervaring en beleving te deponeren. Of je laat, zoals de meeste Hollanders, blijken hoe slim, grappig en alert je bent. Hoe goed je midden in de samenleving staat en altijd weet wat er speelt in de wereld. Maar goed. Het komt erop neer dat je bij de tweede antwoordmogelijkheid moet luisteren naar de ander zonder jezelf gelijk het gesprek in te fietsen. En oh, wat is dat moeilijk. Laat ik een nieuwe antwoordpoging wagen bij de buurman. ‘Wat vervelend voor u zeg, heeft u al langer last van uw gehoor?’ Of: ‘Al gedacht aan een gehoorapparaat?’ Een belangrijke eigenschap voor optie twee is om goed te luisteren naar wat de ander zegt. Zijn we echt geïnteresseerd? Willen we echt weten hoe het gaat? Het kan ook anders. Laatst vroeg ik aan een andere buurman: ‘Alles goed?’ Buurman: ‘Nee, twee fout.’ Prachtig ultrakort en krachtig en vooral heel erg gespreksdodend.

www.stetsproducties.nl