De Zwitsers zullen we nooit meer inhalen, maar er is een tijd geweest dat Nederland bekend stond als een proper land. Op oude zwartwit beelden uit de vorige eeuw zien we Hollandse huisvrouwen met hoofddoekje(!) hun stoepje schoonvegen, de ramen lappen en de witte was buiten hangen in de wind. De stoepjes worden al lang niet meer schoon geborsteld en hebben plaatsgemaakt voor een stokroos tegen de gevel, een bankje voor het huis of een dubbel geparkeerde kinderbakfiets. Het straatbeeld is verrommeld.

Met de toename van de welvaart en daarmee de overconsumptie is er ook steeds meer zwerfvuil in beeld gekomen. Met het mondkapje en wat verloren oranjemateriaal als tijdelijke laatste trends. Maar de grootste boosdoeners zijn de plastic flesjes en het blik dat achteloos door ons wordt weggegooid in het milieu. Van die laatste categorie een 150 miljoen per jaar. Bewustwordingscampagnes halen niets uit en dus gaat het sinds 1 juli oudhollands via de portemonnee. Want net als met de plastic draagtasjes waarvoor je moest gaan betalen, komt er 15 eurocent statiegeld op het plastic flesje waaruit we water of frisdrank drinken. Daar hebben ze op het betrokken ministerie heel lang over nagedacht.

De lobby van de verpakkingsindustrie was natuurlijk ook niet misselijk en de Tweede Kamer kan hier vaak jaren over debatteren. Terwijl ze precies weten hoe de zuinige Nederlander reageert op dergelijke maatregelen: namelijk per direct. Na invoering van het betaalde plastic draagtasje daalde binnen een half jaar het gebruik met 80%. Dus maak het de luie burger gemakkelijk of hang er een prijskaartje aan. In 2022 volgt ook statiegeld op blikjes waarvan er per jaar twee miljard worden verkocht. Het einde van het zwerfvuil is daarmee nog niet in zicht. Op het ministerie broedt de Commissie ZV al weer op nieuwe kanshebbers. Binnenkort start een proefproject met statiegeld op kauwgom.