Column Marcel Schoemaker: Hispanje
Wie zijn oor in de toeristische binnenstad van Deventer goed te luister legt, hoort vele talen door elkaar. Ze komen weer van alle kanten naar de Hanzestad. De coronadip ligt marketing technisch definitief achter ons. De grote evenementen worden ook weer goed bezocht. Ook de Duitse toerist is weer in grote getale aanwezig. Zij zien Nederland graag als het zeventiende Bundesland waar het altijd locker toeven is. In de Deventer Koekwinkel en op het terras herken je ze onmiddellijk bij het afrekenen. Contant, of zoals ze zelf zeggen ‘Nur Bares ist Wahres’. Het blijft een apart fenomeen in het digitaal verder hoogontwikkelde Europa. Toch blijven het gewoon keiharde euro’s die onze economie op peil houden. Veel komen er uit Noordrijn-Westfalen dat evenveel inwoners telt als Nederland.
Maar ook vanuit de oude Hanzegebieden weten ze Deventer te vinden. Uit Sleeswijk-Holstein bijvoorbeeld. Daar raken ze zu Hause maar niet uitgepraat over de gastvrijheid in Holland. Overal langs de buitenwegen zien ze hun deelstaatvlag wapperen. De lokale VVV laat het waarom daarvan wijselijk achterwege. Totdat de Holsteiners natuurlijk op de snelweg trekkers tegenkomen met dezelfde vlag die nou niet echt oerend hard gaan. Gaat het ineens over de natuur en eierproductie. Waarvan twee derde voor de export is en Duitsland met 80% de grootste afnemer. Dus: jetzt wird es sauer, kein Eier ohne Bauer. Zoiets. Het blijft lastig met dat vlagvertoon. ‘Wij zijn Nederland, wij zijn Nederland’, maar dan weer andersom? Gelukkig hebben we dan nog de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond.
Met veel gevoel voor historie kozen zij na weer veel geprietpraat en gepolder voor een nieuwe bondscoach. Uit het populaire Iberisch vakantieland en de Cruijff-school voor expats. Uit de stad die toeristen verwelkomt met ¡fuck the tourists! Maar ook uit het land waarvan wij aan het begin van elke interland zingen dat wij de koning altijd hebben geëerd: Hispanje.

