Column Marcel Schoemaker: Staatsloterij
Ook als het op gokken aankomt zijn we een calvinistisch volkje. Natuurlijk, er zijn nog veel te veel echte gokverslaafden die zichzelf uiteindelijk in een afkickcentrum tegenkomen. Maar voor de meesten is het toch het gevoel van gewoon een klein gokje wagen. En als er dan ook nog een goed doel aan gekoppeld is, voelt het helemaal in orde. Daar had zelfs Calvijn geen moeite mee gehad. Twee eeuwen na zijn dood werd de Staatsloterij al opgericht. Waarvan de uitslag na al die tijd nog steeds is samen te vatten als: je kent altijd wel iemand die iemand kent die een grote prijs heeft gewonnen. Toch heeft de Staatsloterij net als het Achtuurjournaal een trouwe groep aanhangers. Maar het blijft een kansspel dus moet je wel het gevoel houden dat je af en toe de kans hebt om wat te winnen. Dat hebben ze bij de Vrienden- en Postcodeloterij beter begrepen.
Allereerst door een dagelijks reclameoffensief dat de indruk moet wekken dat als je niet meedoet je toch echt wel een dief van je eigen portemonnee bent. En, niet onbelangrijk, je af en toe door het algoritme wat laat winnen. Al is het maar een stuk chocola of een zeepje. Hetzelfde is er aan de hand bij het opstellen van de jaarlijkse Miljoenennota die allang verworden is tot een Miljardennota. Het kabinet wil bij de opstelling daarvan graag dat iedereen mee blijft doen. In elk geval het gevoel krijgt ook een stukje van de taart te ontvangen. Maar het aantal deelnemende partijen is zo groot geworden dat de Minister van Financiën niet meer wegkomt met een stuk chocola of een zeepje. Iedereen wil de hoofdprijs die hij of zij voor ogen heeft. Het liefst belastingvrij. Vanwege dat laatste zal de Koning zelf op Prinsjesdag de uitslag bekend maken: ‘Leden van de Staatsloterij!’


