Nederlanders hebben overal wel een mening over. Velen willen die ook graag uiten en delen met anderen. Want ja, dat staat in de grondwet. Hier wordt de vrijheid van meningsuiting echter hinderlijk verward met de vrijheid van uiting. Want al die, meestal via de sociale media geuite meningen, maken het er niet overzichtelijker op. En al helemaal niet als die zich rond verkiezingen ook nog eens vertalen in politieke partijen.

Virus volente mogen we op en rond 17 maart weer stemmen voor de Tweede Kamer. Op een partij naar keuze. Dat zijn er dit jaar maar liefst zevenendertig. Daar moet toch iets bij zitten voor al die geuite meningen. Dan moet je toch minstens bij één splinter gehoor vinden? En wanneer u toch een beetje geïnformeerd wil gaan stemmen, is het raadzaam alle partijprogramma’s te lezen. Tot 17 maart is dat er dan ongeveer één per dag. Gaat u niet volhouden. Dus sla de usual suspects over en concentreer je op partijen met ludieke namen of criminele lijsttrekkers. Want na de verkiezingen zien we die niet meer terug. Het land moet natuurlijk wel een beetje normaal geregeerd blijven worden. Dat doen dan de partijen die het al jaren polderend voldoende met elkaar kunnen vinden. Om het weer vier jaar te proberen.

Tot die tijd houden de nieuwkomers nog hoop op een of twee zetels. Hoop op dat nu juist hun mening wel gehoord wordt door al die mensen die zich niet gehoord voelen. En ja, elke nieuwe partij moet natuurlijk ergens beginnen. Maar bij de eindtelling blijkt toch maar al te vaak dat alleen familie en bekenden hun stem op die partij hebben uitgebracht. Het leidt intussen allemaal wel tot een stembiljet van het oude krantenformaat, waarin uw rode potloodje zich een weg moet zoeken naar uw favoriet. De versnippering van de politiek. Waardoor het democratisch poldermodel bijna lijkt te worden ondergesneeuwd.