Culinair uitpakken na een begrafenis is niet nieuw. Sterker nog, tot een paar honderd jaar geleden kenden wij in Nederland een uitbundige rouwcultuur waarbij men letterlijk sprak over een ‘’begrafenisfeest’’.

Het feest duurde gemiddeld drie dagen en er werd gelachen, gezongen, toneel gespeeld, flink veel bier gedronken en uitgebreid gegeten. Het zogenaamde ‘’lijkmaal’’ of ‘’groevemaal’’ dat meestal bestond uit rijst, aardappelen, ham, erwten en stokvis, moest met zijn grote hoeveelheid aan koolhydraten de nodige troost bieden. De maaltijd ontaarde vaak in een overvloedige schrans- en smulpartij… en in het faillissement van de familie. Toch zorgde men dat er altijd te eten overbleef om te delen met de armen, om zo dichter bij God te komen.

Op verschillende plaatsen in Nederland werd vlechtbrood gegeten als verwijzing naar de weduwe die haar vlecht afknipte in tijden van rouw. Daarnaast werden er speciaal voor het afscheid troostbollen of leedkoeken gebakken. Een oer-Hollandse traditie die ooit begon in de middeleeuwen. De zoete, voedzame bollen, soms met krenten, golden als symbool van het leven en werden vanaf de zeventiende eeuw geserveerd bij een toen nog onbetaalbaar, oppeppend drankje… koffie.

Dankzij de industrialisering en het protestantisme zijn deze uitbundige afscheidsrituelen in de loop der tijd drastisch versimpeld. Na de Tweede Wereldoorlog werd alles soberder en hielden we vast aan standaard gebruiken. Het bekende plakje cake bij de koffie, de eenvoudige afstammeling van de ooit zo luxe troostbol, is hiervan het bewijs.

Alexander IJsendorn (39) is uitvaartleider bij Herman Bakker Uitvaartzorg in Deventer. Maandelijks schrijft hij over hetgeen hij meemaakt. Soms informatief, soms met een lach, soms met traan, maar altijd persoonlijk!