‘’Kunt u gelijk komen?’’ vraagt de schoonzus van Chantal, die zojuist is overleden. Ze klinkt ontdaan. ‘’Mijn broer Sander is nu nog in het ziekenhuis, maar hij wil graag dat u er bent als hij thuiskomt’’, vervolgt ze.

Amper een half uur later bel ik aan, maar veel verder dan de deurmat kom ik niet. De schoonzus en de huisarts duwen mij met zo’n beetje dezelfde vaart het huis weer uit. Ze hebben tussentijds bedacht dat het toch geen goed idee is dat die uitvaart meneer er al is voordat de dochters beseffen dat hun moeder dood is. En ik kan hen geen ongelijk geven.

Op dat moment komt Sander binnen. Een lange, slungelige man met een verwarde bos haar. Maar hij blijkt praktischer dan hij eruit ziet, want terwijl wij afspreken dat ik over een uurtje terugkom, zodat hij eerst even alleen kan zijn met zijn dochters, laat hij mij gauw even de kamer zien waar Chantal opgebaard zal worden. In dat uurtje regel ik dat Chantal naar huis komt en zorgt Sander er voor dat er een bed klaar staat.

Als ik een uur later aanbel is het één van de dochters, Leoni, die mij probeert het huis weer uit te zetten. ‘’Ik wil nog niks bespreken’’, gilt ze. Ze slikt. ‘’Ik heb mijn moeder nog niet eens gezien’’, vervolgt ze iets rustiger. En gelijk heeft ze. First things first. Natuurlijk hoort ze eerst haar moeder te zien, maar ze moest helemaal uit Middelburg komen. En het ging opeens zo snel. Chantal werd halsoverkop naar het ziekenhuis gebracht en daar konden ze haar niet redden. Leoni was te laat.

Sander en zijn dochters willen Chantal pas zien als ze verzorgd en aangekleed is. Gelukkig maar, want Chantal komt blauw uit het laken tevoorschijn. Het is vaak geen prettig gezicht om een lichaam te zien dat in het ziekenhuis nog gereanimeerd is. Zo’n lichaam is dikwijls opgezwollen, zit vol met blauwe plekken en met pleisters afgeplakte wonden van infuusnaalden. De dames van ons verzorgingsteam zijn dan ook wel een tijdje met Chantal bezig. Het geeft mij de gelegenheid om alvast het één en ander met de familie door te spreken. Ik vraag hen om beddengoed en een geurtje. De dochters kiezen mooie feestelijke kleding uit. Een groenblauwe rok, een hemdje, een linnen jasje en de ketting die hun moeder daarbij droeg. De trouwring leggen we er los bij, want die droeg ze de laatste tijd al niet meer omdat haar vingers zo opgezet waren.

Het huis begint naar koffie te ruiken. En terwijl ik heen en weer loop tussen de kamers komt vanzelf ter sprake of Chantal gecremeerd of begraven wilde worden. Het wordt het eerste. Sander komt met een mooie foto voor de rouwkaart en laat mij zelfs de urn al zien. Een door Chantal zelf uitgezochte urn van hout. Ik kniel naast Leoni, die op de bank zit, om het te bewonderen en sla even een arm om haar heen. ’’Gaat het alweer een beetje?’’

De rust is weergekeerd als ik zo’n twee uur later de deur uitloop. Sander en de kinderen staan om Chantal heen die er, in haar mooie kleren en bij gedimd licht, bijna sprookjesachtig uitziet. De uitvaart regelen we morgen verder. ‘’Tot morgenochtend’’, zeg ik ‘’en probeer ook nog een beetje te slapen.’’

(de gebruikte namen zijn om privacyredenen gefingeerd)

Alexander IJsendorn (39) is uitvaartleider bij Herman Bakker Uitvaartzorg in Deventer. Maandelijks schrijft hij over hetgeen hij meemaakt. Soms informatief, soms met een lach, soms met traan, maar altijd persoonlijk!